De trans- Atlantische zeiltocht van het vlot de “Sterke Yerke III” (1979) en de betrokkenheid van drie verschillende Faber-families daarbij

[Familie No 127]

Deel 2 van het drieluik-artikel over de Sterke Yerke

Dit 2e deel beschrijft in het kort hoe het idee is ontstaan bij 4 jonge mannen uit Leeuwarden om zelf een vlot te gaan bouwen en daarna een verbeterde versie daarvan. Tijdens het varen met dit 2e vlot ontstond het idee om een nog beter vlot te bouwen om daarmee de oceaan over te gaan steken. En nu het verhaal.

Sterke Yerke I

Het verhaal begint op een vrijdagmiddag in het vroege voorjaar van 1974 in Sybs koffiebar, een café in de Doelesteeg in Leeuwarden, waar ze- ven ex-schoolkameraden elkaar, na enkele jaren weer hebben ontmoet en onder het genot van een paar pilsjes besloten om elkaar niet meer uit het oog te verliezen. Er werden verschillende ideeën naar voren gebracht hetgeen uiteindelijk resulteerde in het bouwen van echt groot vlot. Maar het bleef die dag bij losse ideeën. Door een samenloop van omstandigheden konden ze korte tijd later met de bouw van het vlot begin- nen op een braakliggend terrein aan de oever van de Potmarge, een riviertje dat door Leeu- warden loopt.

Het werd een vlot, opgebouwd uit louter afval- materiaal met een houten dek van 13 meter lang en 5 meter breed.
Het drijfvermogen werd verkregen door 22 olie- drums, samen gelast in twee rijen van elf drums. Het vlot werd verder voorzien van twee grote zwaarden.

Voor de voortstuwing zijn op het dek twee mas- ten gemonteerd, geschikt voor 16 m2 ‘BM-tuig’ en 14 m2 ‘vrijheidtuig’. Voor de veiligheid is op het vlot ook een 30 pk buitenboord motor aan- gebracht.

Op 15 juni 1974 vertrok het vlot van de bouw- plaats voor haar maidentrip naar Grouw, gewa- pend met genoeg bier en een elektrisch orgel. Na een voorspoedige reis werd het vlot ‘officieel’ gedoopt met de naam: “Sterke Yerke”.

Yerke is het Friese woord voor woerd, ofwel mannetjeseend, terwijl het anderzijds ook de bijnaam is van een legendarische Friese boeren- zoon uit Drogeham.

Hearke Tjerks Witteveen (1801-1890), beter bekend als Sterke Jerke of Sterke Hearke, een arbeider en veldwachter. Hij stond ook bekend als de Hercules van Drogeham. Hij was een uitzonderlijk sterke, maar goedmoedige man.

Na ruim een jaar de Friese wateren en de Waddenzee bevaren te hebben en de deelname aan de Friese Elfstedenweek voor boten in juli 1975 (de alternatieve Elfstedentocht voor boten), wil- den ze de Sterke Yerke ook wel eens echt ‘zout water laten proeven’.

De Friezen zijn ten slotte altijd al een zeevarend volk geweest en zij wilden naar Engeland varen. De Duitsers was dat in 1940-1945 niet gelukt dus wat hadden zij te verliezen.

Door de vele publiciteit en dankzij de hulp van twee sponsors konden ze het vlot ‘zee klaar’ la- ten maken. Het vlot werd o.a. voorzien van een radio- ontvang- en zendinstallatie, een radar- reflector, een reling en een nieuwe achtermast waardoor er bij vol zeil nu ongeveer 100 m2 zeil aan de mast kon hangen.

Verder werd een waterdicht onderkomen aan dek gebouwd met een opblaasbare acht persoons rubberboot en voor alle bemanningsleden een zwemvest.

De Sterke Yerke verliet Friesland via het IJssel- meer en Amsterdam naar IJmuiden en vertrok vandaar op 22 augustus 1975 voor zijn eerste zeereis, over de Noordzee naar Londen.

Na twee uur varen kreeg men de eerste tegen- slag te verwerken. De voormast zakte door het houten dek en de voorstag knapte. In de haven van Scheveningen werd het gehavende vlot op- gelapt en vertrokken ze weer richting Engeland. Als snel bleek dat de Sterke Yerke niet sterk genoeg was. Toen iedereen hiervan overtuigd was werd op de avond van 24 augustus besloten een einde te maken aan de oversteek naar Enge- land. De tonnen werden lek gestoken maar de laatste resten waren niet stuk te krijgen. Met een sleper van Rijkswaterstaat werd zes keer over het vlot heen gevaren en toen was het geen gevaar meer voor de scheepvaart.

Faber! Magazine 36

Hans Faber

Sterke Yerke II

Op de jachtwerf van Rein Stapert aan de Kanaal- weg in Leeuwarden werd in het voorjaar van 1976 begonnen met de bouw van een verbeter- de versie van de Sterke Yerke. Dit vlot werd 12 meter lang en 5 meter breed, ook weer drijvend op lege oliedrums. Twee masten van 10 en 12 meter hoog hielden de zeilen hoog. Op 1 mei 1976 was de officiële tewaterlating en op 15 mei de eerste vaart van Leeuwarden naar het “Thee- huis” in Grouw waar het vlot werd gedoopt in “Sterke Yerke II”. Met dit vlot bereikten de Frie- zen 13 augustus 1976 ongeschonden de Tower Bridge in Londen.

Sterke Yerke II bij de Tower Bridge met v.l.n.r.: Leo Schuil, Leo v.d. Ploeg en Chris Schweigmann.

Foto: 1976

‘Onder de Tower Bridge’ is het idee geboren om de oceaan over te steken. Met de tijd werden die eerste ideeën steeds duidelijker ingevuld.
In mei 1978 heeft de Sterke Yerke II meegedaan aan de HT-zeilrace “(Harlingen – Terschelling, v.v.)”.

HT-zeilrace met de Sterke Yerke II met links op de foto Henk van Dam. Foto: 1978

Tijdens deze HT-race werd het idee geopperd om iets met het milieu te doen. Het moest iets groots worden, een tocht over de oceaan van het ene continent naar het andere, maar niet alleen uit avontuur, ook met een doel en dat was er nu. Voor dat milieuproject werd een maand later Frits Riemersma, student biologie gevraagd om als onderzoeker mee te gaan.

De fotograaf Henk van Dam uit Leeuwarden, was als bewonderaar van de acties van de Ster- ke Yerke ook één van de twaalf bemannings- leden tijdens de HT-zeilrace en maakte vele foto’s.

Sterke Yerke III

Deze nieuwe plannen leidden ertoe dat eind 1978 de “Stichting Sterke Yerke” in het leven werd geroepen. De grote promotor hiervan was Henk van Dam en hij werd ook tot voorzitter be- noemd. Henk was naast fotograaf de grote coör- dinator van alles wat met de Sterke Yerke te maken had. Zonder zijn geestdrift, inzet en doorzettingsvermogen zou het Sterke Yerke- verhaal misschien nooit zover zijn gekomen.

Door een gift van ƒ 10.000,- van de “De Lande- lijke Vereniging tot behoud van de Waddenzee” kon met de bouw van het nieuwe vlot worden begonnen. Dat begon in december 1978 op het fabrieksterrein van Faber Haarden aan de Tijnje- dijk in Leeuwarden. Dit was mede mogelijk om- dat Guus en Chris Schweigmann, twee van de initiatiefnemers, in het Leeuwarder uitgaansleven goede contacten hadden met vrienden van Gerrit Jan Faber 9, de toenmalige directeur van de Faber Haarden Fabriek. Ook had Chris Schweigmann in die tijd verkering met Lize Pepita Oosterloo van West-Terschelling.

Zij was de dochter van Cornelia Oosterloo-
Faber , een zuster van Gerrit Jan Faber.
Voor de bouw van het vlot hebben ze zelf een grote tent gebouwd waarin alle bouw werkzaam- heden tijdens de koude wintermaanden van 1978/1979 plaats vonden. Faber Haarden stelde voor de bouw van het vlot de fabrieksfaciliteiten, zoals transport- en takel installaties, stroom, gereedschap en lasapparatuur, gratis beschikbaar. Voor het drijfvermogen van de Yerke III werd nu gekozen voor stalen zand perspijpen met een diameter van 85 cm en een wanddikte van gemiddeld 4 mm. De pijpen werden aan elkaar gelast tot 5 drijvers met een lengte van 10 tot 12 meter. Deze vijf drijvers naast elkaar moes- ten voor het drijfvermogen zorgen. De afmetingen van het dek waren 12 meter lang en 5 meter breed. De diepgang was circa 0,5 meter. Het dek bestond uit 20 mm watervast gelijmde houten regels. Vanaf het dek konden de onder- liggende drijvers via mangaten en verbindings- buizen bereikt worden. De buizen waren zo ingericht dat hierin hun voorraad, zoals voedsel, water, tuigage, kaarten en medicijnen konden worden opgeslagen.

9 De genealogie van Gerrit Jan Faber en zijn familie is beschreven in de 33e Verantwoording, blz.19.

15

Faber! Magazine 36 en Frits Riemersma.

Ook waren er een paar slaapplaatsen ingericht. Op het dek stonden twee houten masten – de voorste met een hoogte van 10 meter – samen geschikt voor plusminus 150 m2 zeil. De tuigage was vierkant getuigd zodat op de Oceaan gebruik

10

Foto: Henk van Dam van Fotostudio Van Dam

op de kust van Zuid- en Noord-Holland, de Nederlandse- en Duitse Waddeneilanden evenals de Duitse westkust boven Cuxhaven werden 386 flessen weer teruggestuurd. Na afsluiting van het Rijn-Wadden milieuproject werd het vlot in Harlingen verder gereed gemaakt voor de trans- Atlantische reis, o.a. door de installatie van een marifoon 11 en een korte- en middengolfzender. De bemanning van de Sterke Yerke III (hierna genoemd: S.Y.) bestond uit: Guus Schweigmann, schipper, geb. 1952 (3e stuurman Grote Handelsvaart), Chris Schweigmann (de Muk), hof- meester, geb. 1954 (textielverkoper), Frits Riemersma, milieu-onderzoeker, geb. 1951 (student biologie) en Leo van der Ploeg (Paling), tuigage, geb. 1955 (uitzendkracht).

Chris neemt voor de reis tevens zijn twee kleine papegaaien (parkieten) mee.
De bemanning heeft belangrijke taken te vervul- len gedurende hun zeiltocht. Ze moeten de vervuiling van de zeeën meten en elke zes uur meteorologische weerwaarnemingen voor het K.N.M.I. in De Bilt doen. Het vlot werd daarvoor ‘verheven’ tot weather auxiliary ship. Om deze waarnemingen te kunnen doen is er ook speciale apparatuur op het vlot geïnstalleerd.

Verder zou de bemanning voor het vervolg van het ‘flesjesplan’ nog twee keer 1000 flessen overboord zetten. De eerste 1000 flessen met blauwe antwoordkaarten zijn op 28 augustus bij Land’s End (het uiterste puntje van Cornwall, in het zuidwesten van Engeland) overboord gezet.

11 De marifoon (maritieme telefoon) is, anders dan de naam doet vermoeden, geen telefoon maar een zend- ontvangapparaat. De marifoon is bedoeld voor gebruik in de maritieme communicatie en het nautische berichtenverkeer over korte afstand.

10 Een razeil is een vierkant of rechthoekig zeil dat bevestigd is aan een horizontale dwars geplaatste ra, die aan de scheepsmast hangt, dwars op de vaarrichting.

. Het totale

16

De bemanning van de Sterke Yerke III. V.l.n.r: Chris Schweigmann, Leo van der Ploeg, Guus Schweigmann

kon worden gemaakt van een razeil
gewicht van de Sterke Yerke was ca. 8,5 ton. Op 14 april 1979 werd het vlot aan de voet van de Oldehove in de stadsgracht van Leeuwarden te water gelaten en gedoopt door Ingrid Nauta, de dochter van de zeezeiler Dirk Nauta. Direct na de doop begon de Sterke Yerke aan haar maidentrip naar Grouw.
In mei van dat jaar is het vlot in het laadruim van het binnenvaartschip van Rienk Zwaga naar Bonn in Duitsland verscheept voor het eerste deel van het Rijn-Wadden milieuproject. In drie dagen lie- ten ze het vlot de Rijn afzakken naar Rotterdam. Onderweg werden bezoeken gebracht aan Duitse en Nederlandse instanties om te praten over het milieu en de verontreiniging van de Rijn. Vandaar over de Noordzee naar de Waddenzee voor het vervolg van de milieureis naar het Lauwersmeer, Eemshaven, Delfzijl en enkele plaatsen in Duits- land en de Duitse Waddeneilanden. Voor het milieuproject is een speciaal flesjesplan ontwik- keld. 500 lege Bokma flessen, gevuld met een laagje zand en een rode antwoordkaart zijn daar- voor in de Rijn overboord gezet en 500 flessen bij Hoek van Holland. De vinders van de flessen werden verzocht de antwoordkaart met de vindplaats en datum op te sturen naar de stichting. Stroomafwaarts aan de Rijn- en IJsseloevers en

Faber! Magazine 36

Hiervan zijn 211 flessen geretourneerd en kwa- men van de zuid- en westkust van Engeland, zuid Ierland en de westkust van Frankrijk en Nederland. Een jaar later werden er ook nog 3 flessen van de Deense noordwestkust teruggestuurd. De laatste 1000 flessen met oranje ant- woordkaarten werden op 27, 28 en 29 oktober ten zuiden van de Canarische eilanden over- boord gezet, kort na het vertrek uit Las Palmas. Voor zover bekend zijn er van deze laatste drop- ping geen flessen teruggevonden. Achteraf is dat misschien niet zo verbazingwekkend. Deze flessen zouden met de zeestroming mee naar de overkant van de oceaan genomen zijn, ware het niet dat de flessen wegens aantasting van de sluiting door het zeewater en de zon de over- steek niet zullen hebben gehaald en dus ergens op de bodem van de oceaan zullen liggen.

zijn in Den Helder aan land gezet en daarvoor in de plaats hebben ze nu “Kokkie”, een sprekende papegaai en de scheepspoes “Hummel” aan boord genomen.

Dag 4: Zaterdagmorgen 4 augustus om 07.00 uur vertrok de S.Y. eindelijk richting zee. Na uit- stel van een dag wegens motorpech vertrok het escorteschip de Blue Stone die ochtend om ca. 12.00 uur uit Harlingen.
De bemanning van de Blue Stone (BS) bestond uit schipper Sake Merkus en zijn vrouw Nelleke Roos, de eigenaar van de Blue Stone Gilles Faber met zijn zoon Arnold en 6 leden namens de Stichting Sterke Yerke onder wie Henk van Dam en Meindert van der Meulen.
Dag 5: Het ‘rendez-vous’ vond plaats op zondag- ochtend om 0.55 uur op 15 mijl uit de kust van Wijk aan Zee. In de loop van zondagmiddag voer de Blue Stone naar Scheveningen Haven om daar af te meren en werden 3 leden van de stichting weer aan land gezet. Zij moesten terug naar Leeuwarden.
Dag 6: Maandag 6 augustus om 14.30 uur ver- liet de Blue Stone de haven om de S.Y. weer op te pikken. Toen zij ’s-avonds in het zeegebied aankwamen waar het vlot zich ongeveer zou moeten ophouden kon er geen radiocontact met het vlot worden gemaakt. Via een wereldontvanger werd vernomen dat het vlot zich intussen ter hoogte van Great Yarmouth (Engeland) zou be- vinden.
Dag 7: Dinsdag zat de wind weer in het zuiden met windkracht 5 en zeilde het vlot weer in oostelijke richting terwijl de Blue Stone koers had gezet richting de Engelse oostkust om de S.Y. daar ergens op te pikken.
Dag 8: De volgende dag werd besloten dat de Blue Stone richting Ramsgate, ten zuiden van de Theemsmonding zou varen omdat dat de af- spraak met de S.Y. was indien ze elkaar zouden kwijtraken. Voor de Theemsmonding vernam de Blue Stone via de wereldontvanger dat het vlot nu weer voor Oostende (België) zou drijven. Om half een in de nacht van woensdag op donder- dag heeft het volgschip daarom de koers verlegd richting de Belgische kust.
Dag 9: Donderdagochtend 9 augustus om 08.00 uur liep de Blue Stone de haven van Zeebrugge binnen en daar kon in de namiddag weer con- tact met de S.Y. worden gemaakt. Het vlot dreef toen voor de kust van Hoek van Holland en is daar later op de dag de Berghaven binnengesleept omdat een zware westerstorm met wind- kracht 9 werd verwacht. Afgesproken werd ook dat de S.Y. daar zou wachten op de Blue Stone om betere afspraken te maken voor begeleiding. Dag 10: Vrijdagavond 10 augustus om 22.30 uur heeft de Blue Stone ook afgemeerd in Hoek van

Globale vaarroute van de Sterke Yerke III op de Noordzee en door het Kanaal heen.

Eerste etappe:
Harlingen – Las Palmas
Dag 1: Woensdag 1 augustus 1979 om 15.30 uur begon de trans-Atlantische zeiltocht van ruim 5.000 zeemijlen naar Curaçao in de Caribische Zee met een krachtige zuidwester waardoor het vlot met behulp van een sleepboot de haven uit moest worden gesleept. De firma Doeksen van Terschelling zou volgens afspraak een sleper sturen maar die kon niet tijdig in Harlingen zijn vanwege het stormachtige weer op de Noordzee. Uitstellen en wachten op beter weer was geen optie omdat er afgesproken was dat het escorte- schip de ‘Blue Stone’ het vlot gedurende de eer- ste drie weken van het moeilijke traject op de Noordzee en door Het Kanaal zou begeleiden. Daarom is op het laatste moment de Harlinger sleper ‘Theo’ voor deze niet alledaagse sleep worden ingezet. ’s-Avonds bereikte het vlot de marinehaven van Den Helder waar ze moesten wachten op het draaien van de wind. Om de wachttijd te doden zijn ze verder gegaan met
het stuwen van de lading en andere noodzakelijke werkzaamheden waar men nog niet aan toe was gekomen. De twee papegaaien van Chris

17

Faber! Magazine 36

Holland naast de S.Y..
Dag 11: De volgende dag werd er met alle belanghebbenden van de Blue Stone (B.S.) en S.Y. vergaderd en werd besloten dat Sake Mer- kus de leiding heeft tot het afscheid bij Lands End.
Dag 12: Zondagmorgen 12 augustus rond 10.30 uur heeft de B.S. het vlot de monding van de Waterweg uitgesleept onder begeleiding van de Havendienst en het voorlopig ook op sleep ge- houden omdat het vlot bij een zuidwestenwind kracht 3 tot 4 onmogelijk op eigen kracht een goede koers kon varen.
Dag 13: De volgende dag was alles onveranderd. Zuidwestenwind en regen, troosteloos weer, evenals de stemming op de B.S. en de S.Y. die nog steeds werd gesleept.
Dag 14: Dinsdag 14 augustus om 03.00 uur na- derden ze het lichtschip “Outer Gabbard” in het noordoostelijke deel van de Theemsmonding. Het weerbericht gaf een zuid tot zuidwesten wind, kracht 5 tot 6 en later zelfs 7. Het volg- schip hield het vlot met een sleepkabel op zijn positie met een langzaam draaiende motor. Wegens de aanhoudende harde wind uit de ver- keerde hoek werd besloten om koers te zetten naar de beschutte Engelse haven van Lowestoft (onder Great Yarmouth). Daar werden ze tege- moet gevaren door de Haven Reddingsdienst die meenden dat de S.Y. een half gezonken jacht op sleeptouw had. De twee meerden om 11:20 uur af in de jachthaven. Die dag werd besteed aan het herstel van de opgelopen schade op de B.S. en het vlot.
Dag 15: Woensdag voltooiing van de reparaties op de B.S. en het vlot. Ook heeft de B.S. diesel gebunkerd waarbij de diesel met jerrycans bij meerdere tankstations moest worden gehaald i.v.m. de oliecrisis.
Dag 16: Donderdag werd de bemanning van de twee schepen ontvangen in het clubhuis van The Royal Norfolk & Suffolk Yacht Club.
Dag 17: Vrijdag 17 augustus kon er nog steeds niet gevaren worden vanwege een krimpende wind naar het noordwesten welke aanwakkerde tot stormkracht 7.
Dag 18: Zaterdagmorgen 18 augustus rond 07:30 uur werd iedereen opgeschrikt door een luid roepende Sake Merkus dat wij bevel hadden gekregen van de Havenautoriteiten om onmiddellijk te vertrekken i.v.m. het overtreden van
de quarantaine regels; de scheepspoes Hummel werd bovendeks gesignaleerd. Toen alles gereed was om te vertrekken bleek dat de wind was gaan liggen waardoor het voor de S.Y. onmogelijk was om te vertrekken. Uiteindelijk omstreeks 17:00 uur, de wind zat weer in de goede hoek, kracht 5-6 en werd alsnog besloten te vertrek-

ken. Alles ging nu voorspoedig en men voerde met een goede snelheid door het Kanaal. Maar om 15:00 uur veranderde het weer en draaide de wind weer naar zuidwest kracht 4 tot 5 en naar verwachting zou die aanwakkeren tot kracht 7. Daarom werd besloten de haven van Brighton binnen te lopen en af te meren in de mooie Marina Brighton.

Dag 19: Zondagavond was men gevorderd tot Newhaven (tussen Eastbourne en Brighton aan de Engelse zuidkust).
Dag 20: Maandag 20 augustus was de wind weer gedraaid naar het zuidwesten kracht 7, daarom werd besloten de haven van Brighton binnen te lopen om niet opnieuw te worden teruggezet door de wind. De ‘coastguard’ vroeg via de marifoon aan de B.S. wat er met die boot, die ze op sleep hadden, aan de hand was. Die boot op sleep lag “pretty deep in the water” merkten ze op. Om 20.30 uur liepen ze de haven binnen en meerden af in de prachtige Marina van Brighton. Dit keer hoefde de Yerke niet in quarantaine afgemeerd te worden hoewel de beesten wel bij de douane werden opgegeven. Ondertussen werd er een stormwaarschuwing afgegeven voor windkracht 7-8.

Dag 21: Dinsdag 21 augustus werden ze toch gesommeerd direct te vertrekken omdat er een kat aan dek zou lopen. Maar na een ‘gesprek’ met de autoriteiten en met Hummel die zich benedendeks liet opsluiten, was alles weer ‘okay’. Dag 25: Tot ze zaterdagmiddag 25 augustus rond 12.20 uur de haven ‘uit werden getrapt’ met een schriftelijk bevel vanwege de beestenboel. Het stormde nog steeds hevig maar de stormbal werd neergehaald en ze moesten vertrekken. Rond middernacht kwamen ze eindelijk weer buitengaats. Toen ze nauwelijks buitengaats waren werd de stormbal in de haven weer ge- hesen. Wegens de ruwe zee werd al snel be- sloten om in de nabije haven van Shoreham te schuilen en na het passeren van de sluizen werd om 15.50 uur afgemeerd in de binnenhaven van Shoreham. De weersverwachting was dat de wind zou gaan draaien naar ZO, hetgeen gunstig was. Dezelfde avond om 23:20 uur vertrokken ze weer via de sluizen naar buiten, de windkracht was 4 uit het ZO. Men hoopte nu in één ruk door te kunnen varen.

Dag 27: Maandag 27 augustus zagen ze het licht (vuurtoren) van Startpoint. Die dag werd op de Yerke voor het eerst het razeil gehesen. Dat was wel een mooi gezicht! Van de B.S. vernam de S.Y. dat de B.S. na het afscheid zou doorvaren naar Felmonth en dat wilde de S.Y. eigenlijk ook voor het uitvoeren van enkele kleine reparaties, maar Sake gaf aan dat het beter was om door te varen nu het weer zo gunstig was.

18

Faber! Magazine 36

Dag 28: Dinsdag 28 augustus om 23:00 uur wa- ren ze op 12° West van Lizard Point en om 06:00 uur werden de lijnen losgegooid met de B.S.. Dat was volgens afspraak ook het punt waar de B.S. de S.Y. naartoe zou brengen. De S.Y. moest nu alleen verder. Dat was best een emotioneel af- scheid waarbij de bemanning van de B.S., maar in het bijzonder Sake Merkus met zijn vrouw Nel Roos en Gilles met zijn zoon Arnold Faber, de schipper en de eigenaar, bijzondere dank werd toegezegd. Zonder de steun en doorzettingsvermogen van de B.S. was de S.Y. nooit zover gekomen! De laatste foto’s en wensen werden uitgewisseld en al snel was de Blue Stone achter de kim verdwenen.

hoge golf kwam te liggen waardoor het vlot sterk overhelde en Hummel met bak en al van het dek schoof. Die nacht verdween ook Kokkie, de papa- gaai.

Dag 55: Maandag 17 september bevond het vlot zich op ruwweg 200 mijl zuidwestelijk van Lissa- bon. De afstand tot de Canarische eilanden is nog ongeveer 650 mijl.

Dag 62: Op maandag 24 september bevond de S.Y. zich ter hoogte van de West-Afrikaanse stad Safi, tussen de Afrikaanse kust en het eiland Madeira. Het contact met het vlot was toen al vijf dagen verbroken omdat de zendinstallatie niet werkte (de generator was defect). Scheveningen Radio werd van de laatstgenoemde positie van het vlot op de hoogte gebracht door een Zuid- Afrikaans schip dat de route van de S.Y. kruiste en hun positie doorgaf.

Dag 66: Vrijdagmorgen 28 september om 02.00 uur, Guus stond op wacht toen hij de andere jon- gens opgetogen wekte met de woorden “Het vuur van Las Palmas, recht voor ons”. In het weekend van

Dag 67/68: 29/30 september arriveerde het vlot in Las Palmas op de Canarische eilanden na een tocht van nagenoeg twee maanden.
De bemanning heeft in de haven van Las Palmas uitgerust en zich kunnen prepareren op de twee- de etappe, de oversteek van de Atlantische Oce- aan naar West-Indië. Ook het proviand voor de volgende etappe moest worden verscheept uit Nederland. Een restauranteigenaar ter plaatse heeft 500 liter mineraalwater beschikbaar gesteld omdat het drinkwater op het eiland niet goed houdbaar was. Ook moesten er de nodige kleine reparaties worden uitgevoerd.

Tweede etappe:

Las Palmas – Curaçao

Dag 69: Vrijdag 26 oktober is de S.Y. na een ver- blijf van bijna 4 weken vetrokken van Las Palmas. Men vertrok in zuidelijke richting met als bestem- ming Curaçao. Een afstand van ca. 3000 mijl. Men verwachte daar omstreeks eind december aan te komen.

Dag 72: Maandag 29 oktober bevond het vlot zich ter hoogte van de Kreeftskeerkring op onge- veer 100 km westelijk van de Afrikaanse kust, op koers richting de Kaapverdische eilanden. De laatste drie dagen zijn de laatste 1000 flessen van het ‘flesjesplan’ overboord gezet. Na de eer- ste week zeilen had de S.Y. al ongeveer 450 mijl afgelegd en zaten daarmee ongeveer op de helft van de reis. In de tweede week op zee heeft Chris Schweigmann tweedegraads brandwonden aan zijn rechterbeen opgelopen toen hij daar kokend water overheen kreeg. Leo van de Ploeg was een dag later geveld met een huidziekte.

19

Globale vaarroute Sterke Yerke III

Dag 29: Woensdag 29 augustus rond het mid- daguur, ze zijn nu vier weken onderweg, bevond de S.Y. zich ongeveer 70 mijl ten westen van de Bretonse havenstad Brest en hadden daarmee het laatste etmaal zo’n 100 mijl afgelegd.

Dag 30: Donderdagavond, ruim een etmaal later bevonden ze zich op een punt 120 mijl ten wes- ten van Brest en de wind was weggevallen. De bemanning heeft nu pas echt het gevoel dat de reis is begonnen.

Dag 35: Vrijdag 31 augustus om 13.00 uur be- vond het vlot zich op ongeveer 150 mijl noord- westelijk van Kaap Finistère (noordwest Spanje). Het vlot zal nu spoedig een geringe stroom mee krijgen en samen met een gunstige zuidoosten wind kan de Yerke daarmee een zuidwestelijke koers aanhouden.

Dag 38: Dinsdag 4 september bevond het vlot zich op een positie van ruim 250 mijl zuidweste- lijk van Brest. Het gaat nog niet zo snel maar el- ke mijl in de goede richting werd met gejuich be- groet. Die dag liep de Blue Stone weer de haven van Harlingen binnen

Dag 49: Dinsdagmiddag 11 september om 15.00 uur was de positie globaal 200 mijl zuidwestelijk van Kaap Finistère ter hoogte van midden-Portu- gal.

Dag 52: Tijdens een hevige storm vrijdagavond 14 september, is de scheepskat Hummel over- boord geslagen en verdronken. Hummel zat net op de kattenbak toen het vlot dwars op een

Faber! Magazine 36

Hij zat van top tot teen onder de uitslag. Met de medicamenten aan boord en een paar dagen rust moest Chris wel weer genezen. Met Leo was dat nog even afwachten.

Dag 80: Op 6 november bevond het vlot zich op ongeveer 150 mijl noordelijk van de Kaapverdi- sche eilanden. Een dag later werd door de be- manning het “100-dagenfeest” gevierd. Het was 100 dagen geleden dat de S.Y. uit Harlingen ver- trok. Na een windstilte van 25 uur kwam de noordoostenwind weer opzetten en stuwde het vlot met een snelheid van ongeveer 3 mijl in westelijke richting, net boven de Kaapverdische eilanden.

Dag 86: Een paar dagen later, op 12 november bevond het vlot zich ongeveer 475 km noordelijk van Paramaribo! Omdat het vlot nu midden in de druk bevaren vaarroutes van Europa naar Zuid- Amerika en van Noord-Amerika naar zuidelijk Afrika zaten, moesten ze 24 uur per etmaal goed uitzien naar schepen die ook op hun koers lagen. Dag 95: Op 21 november was er alweer reden voor een feestje. Nu vierden ze het feit dat het vlot sinds hun vertrek uit Las Palmas, bijna vier weken geleden, 1750 zeemijlen had afgelegd. Tijdens de afgelopen weken kwam de zware houten ra plotseling naar beneden, slijtage. Er raakte gelukkig niemand gewond en de schade kon weer worden hersteld.

Dag 99: Op zondag 25 november werd het ra- diocontact met de S.Y. verbroken. Zaterdag- avond 8 december werd voor het eerst weer iets vernomen over het vlot. Een Liberiaans schip had de positie van het vlot doorgegeven. Het vlot bevond zich op ongeveer 50 km oostelijk van het eiland Tobago. Het schip gaf ook door dat de bemanning het goed maakte en dat de oproepzender defect was.

Ondertussen werd op Curaçao alles in gereed- heid gebracht om de S.Y. binnenkort een groot ontvangst te kunnen bieden. De K.N.S.M.-direc- teur op de Antillen had aangeboden om het vlot vrachtvrij terug te verschepen naar Nederland. Omdat er wegens een defect enige tijd geen ra- diocontact mogelijk was en ook niemand hen zag, werd het vlot enige tijd min of meer als ‘vermist’ beschouwd.

Dag 110: Op 10 december werd duidelijk dat ze in een noordelijkere route waren gekomen waar- door de Caribische eilanden noordelijk gepas- seerd moesten worden.

Dag 114: Vrijdag 14 december. Toen ze op 14 december Bonaire naderden werd besloten om dat eiland zuidelijk te passeren. De stroming en de wind maakten dit onverwacht toch mogelijk. De radio op Curaçao gaf de laatste dagen ook dagelijks de positie van het vlot door die door de Marine Luchtvaart Dienst (MLD) werd verstrekt.

De Neptune vloog vrijdagmiddag 14 december nog over en de positie werd nog gecheckt via de radio. Naar aanleiding daarvan werd er vanuit gegaan dat ze zaterdag rond 16.00 uur in Willemstad, Curaçao zouden kunnen aankomen.

20

Foto van de Sterke Yerke ca. 14 uur voor de stranding op de oostkust van Bonaire. Foto: MLD – 14-12-1979

De stranding op Bonaire

Vrijdagmiddag tegen zonsondergang brak een zware onweersbui los bij een windstilte, je kon geen hand meer voor ogen zien. Zo tegen 20.00 uur klaarde het op en de wind nam weer iets toe. De positie werd wederom bepaald en een nieuwe koers uitgezet. Door het slechte weer waren ze iets te veel naar het westen afgedreven (richting de kust van Bonaire). Frits liep de wacht van 20.00 tot 23.00 uur en dan zou Guus hem af- lossen en ging daarom eerst nog even slapen, Chris en Leo sliepen al. Toen Frits om 22.30 uur Guus wakker maakte bleek dat ze maar zo’n 5 mijl uit de kust zaten! Omdat de wind intussen geruimd was naar het zuidoosten werden de an- dere jongens ook wakker gemaakt om de zeil- voering te veranderen. De Ra ging weg en het grootzeil omhoog. Wat ze ook deden, de kust kwam steeds dichterbij. Er was geen houden meer aan. Met een kijker kon je de branding al tegen de klippen kapot zien slaan. Er brak geluk- kig geen paniek uit, ondanks de dreigende rots- muur voor hen en de huizenhoge brandingsgol- ven achter hen. Ze hadden de ankers al uitge- gooid maar die pakten geen grond, de lokale diepte was ca. 60 meter.

Dag 115: Zaterdag 15 december rond midder- nacht gebeurde dan waar ze bang voor waren, de Yerke klapte met de voorpunten tegen de klippen. Gestrand, op de klippen van de oostkust van Bonaire bij Boca Washikemba! Steeds werd de Yerke met de onderstroom weggetrokken, om vervolgens met de volgende brandingsgolf met een rotklap weer tegen de scherpe rotsen aan- Gesmeten te worden. Rond 02.00 uur moest iedereen het vlot verlaten, het werd te gevaarlijk.

Faber! Magazine 36

Maar eerst hebben ze nog zoveel mogelijk eigendommen aan wal gegooid, ook het film- materiaal verpakt in plastic tonnen. Dat leek aar- dig te lukken tot die ene fatale ‘roller’ van een paar meter hoog die op de rotskust stuksloeg en veel van de eerder met moeite geredde spullen, weer meenam de zee in. Ze zagen de tonnetjes drijven maar ze waren onbereikbaar door de ruwe zee. Gelukkig was de glooiende kust vol met scherpe rotsformaties daar maar enkele me- ters hoog zodat de vier bemanningsleden ‘vrij gemakkelijk’ aan land konden komen. Via de radio werden noodsignalen uitgezonden die door een sleepbootkapitein werd opgevangen. Hij be- vond zich aan de andere kant van het eiland en was juist onderweg naar huis. De kapitein van de sleepboot gaf de politie door waar het vlot onge- veer moest zijn gestrand. Maar het lukte de politie daarna niet om de opvarenden te vinden. Thuisgekomen sprong de kapitein daarom zelf in zijn oude jeep en ging zoeken. Om ca. 04.00 uur, het was nog donker, kwam Johnny Craane, de sleepbootkapitein op de plek des onheils aan en begroette hen met “Jongens, de haven is aan de andere kant van Bonaire. Desalniettemin hartelijk welkom”. Hij heeft de uitgeputte jongens eerst naar de Politiewacht gebracht om de eerste ad- ministratieve problemen af te wikkelen. Alles, geld, kleren, paspoorten, e.d. waren ze kwijt. Op blote voeten, bloedend door het scherpe koraal, en met de oranje overlevingsoveralls smerig door de olie, als enig kledingstuk aan. Op de Politie- wacht werden ze bijzonder goed opgevangen en werd Bill van Loon, een bergingsexpert uit z’n bed gebeld. Samen waren ze rond 07.00 uur, toen het weer licht werd op de strandingsplek terug. Voor het vervolg van het verhaal op Bonaire verwijzen we u naar het vervolgartikel over Yke en Ina Faber op Bonaire, op blz. 24.

Zes bergingspogingen later besloten Guus en Chris, Frits en Leo er een punt achter te zetten. Het vlot lag inmiddels op ongeveer 50 meter diepte. Zaterdag 12 januari 1980 zijn Guus en Chris Schweigmann, Frits Riemersma en Leo van der Ploeg teruggekeerd op Schiphol en werden daar feestelijk onthaald. De drijvende kracht achter de vele bergingspogingen daarna was de voorzitter van de Sterke Yerke Stichting en foto- graaf Henk van Dam. Hij kocht in 1985 samen met zijn maat Jitze Grondsma de oude logger ‘Volo’ uit 1911 op, voorzagen het van masten en zeilen en maakten er een expeditie schip van. In oktober 1985 vertrokken zij samen met Chris Schweigmann en Frits Riemersma plus nog 4 an- dere opvarenden naar Bonaire.

Diverse mislukte reddingspogingen later werd de

S.Y. in januari 1986, 6 jaar na de ondergang, eindelijk geborgen. In de haven van Kralendijk op Bonaire werd het zwaar beschadigde vlotwrak met noodreparaties zover opgeknapt dat de S.Y. het restant van de oorspronkelijk geplande zeiltocht van ca. 40 mijl naar Curaçao alsnog zou kunnen afleggen. Op 1 maart 1986 liep het vlot dan eindelijk de Sint Annabaai op Curaçao binnen, gadegeslagen door drommen enthou- siaste mensen die de bemanning alsnog ontvin- gen met een vorstelijk onthaal. Na veel ceremo- nieel vertoon voer de S.Y. naar het 5 km. verder- op gelegen zeeaqua-rium. Het vlot bleek toch teveel water binnen te laten en zonk daar in het haventje. Later werd het verder uit de kust gesleept waar het tot de dag van vandaag ligt op een diepte van zo’n 200 meter.

Toelichting bij de fotopagina 22:

  1. 1  De S.Y. op sleeptouw door het Kanaal met de Hoover Ferry Calais-Dover die voorlangs kruist;
  2. 2  De S.Y. tijdens windstilte met het razeil gehesen;
  3. 3  De S.Y. tijdens windstilte bij ondergaande zon;
  4. 4  Afscheid nemen van de Blue Stone, nu alleen verder;
  5. 5  Leo aan het roer bij een lekker briesje;
  6. 6  De S.Y. met alle zeilen bij met weinig wind.

Idem bij fotopagina 23:

  1. 1  De S.Y. de ochtend na de stranding op de

rotskust van Bonaire;

  1. 2  De S.Y. zinkt langzaam in de diepte na een

poging om haar los te trekken;

  1. 3  Guus en Leo zoeken de kustlijn af op zoek

naar aangespoelde eigendommen;

  1. 4  De sleper ligt klaar en de sleeptros moest

worden overgezwommen;

  1. 5  idem als # 1;
  2. 6  Bij een van de bergingspogingen heeft men

de Friese vlag kunnen redden, maar er mis-

sen 4 ‘pompeblêden’;

  1. 7  De S.Y. is weer los van de bodem en hangt

aan vier luchtzakken.

Naschrift: Zonder de bijzondere medewerking van Meindert van der Meulen, de PR man van de Sterke Yerke zou dit artikel niet zo gedetailleerd tot stand zijn gekomen. Meindert heeft een com- pleet geluids- en video-archief met enorm veel foto’s, films, publicaties en krantenartikelen van en over de Sterke Yerke. Verder ben ik veel dank verschuldigd aan Chris Schweigmann en Frits Riemersma die naast Meindert van der Meulen de teksten nog eens kritisch hebben doorgelopen.

21

Faber! Magazine 36